Bomen over een boom en een boompje opzetten

Gepubliceerd op 5 februari 2025 om 09:09

 

 

Hallo, Ik ben een boom. En ik besta al veel langer dan mijn tweede baas. Ik sta op mijn dooie gemak in de hoek van die kleine tuin van mijn tweede baas. Toen hij en Ik kennismaakten had Ik al een baas, dat was Jan, zijn toenmalige schoonvader zaliger, een geboren boerenzoon. We waren even oud, vijfenzestig jaren, wat heel veel is voor mij als boom. Ik ben namelijk geen gewone boom maar een Belgische Peer, een sjieke ‚Conseiller de la Cour‘ en normaal ga Ik na een jaar of vijftig dood. Maar dat gold natuurlijk ook voor de mensch van vroeger, die werd ook maar veertig. Hoe het kwam dat Ik zo’n respectabele leeftijd had bereikt kon alleen liggen aan de plek (fijne Scheveningse zandgrond) en de sublieme verzorging door Jan.

 

Ik ben ruim zes meter hoog en had al een aanzienlijk aantal jaren achter de rug toen ik in mijn middelbare jaren nevenfuncties kreeg. Naast het verzorgen van schaduw in warme zomers en het produceren van enorm veel peren in de oogsttijd was er veel in Mij geklommen want Jan had twee avontuurlijke kinderen die zelfs een schommel aan Mijn grote zijtak hadden gehangen. Maar zij waren niet alleengebruiker hoor, Ik diende als slaappaats en schuilplaats voor veel verschillende vogels. Meesjes, koolmeesjes, een enkele winterkoning, hegge- en  gewone mussen, kauwtjes, bonte eksters en noem maar op.

 

In het voorjaar bloeide ik heel uitbundig, ik genoot van het zachte weer en de voorjaarszon. En in het najaar, als het oogsttijd was, werd mijn laaghangende fruit door Jan staandebeens geoogst waarna hij, gezekerd met een touw om zijn middel, in Mij klom met een grote boodschappentas om verder te oogsten. Hij moest wel klimmen want ik ben een heuse (adellijke) hoogstam.

Die jaarlijks grote perenproductie gaf niet alleen Mij maar ook Jan en zijn gezin natuurlijk veel werk. Na Jan’s levensgevaarlijke oogst kwam het schillen, emmer na emmer tot alle twaalf emmers leeg waren. Peren kwamen terecht in P-moes, P-compote, P-jam, P-sap en wat dies meer zij. De familie van Jan groeide  nolens volens op in een  perencultuur. Ze aten peren tot ze geen peer meer konden zien.  

 

En toen waren we vijftien jaar verder en was Jan er ineens niet meer. En kreeg Ik een nieuwe baas. Maar hij was een Stadsjongen en kon geen Conference van een echte Conseiller de la Coer onderscheiden. Dat bleek lastig want de jaarlijkse snoei werd steeds uitgesteld want geen benul… Dus kwam er na een paar jaar een heuse tuinman. Hij amputeerde me met zijn kettingzaag wat ik heel vervelend vond. Dus gaf Ik in het voorjaar te kennen die behandeling niet fijn te hebben gevonden. Ik wilde geen nieuw fruitdragend hout meer aanmaken en gaf veel minder peren in het najaar, o jee! Stadsjongen deed zijn best, gaf Mij compost en water en sprak Me liefdevol toe maar Ik kon niet beter. De Stadsjongen bedacht toen dat het tijd voor een boomchirurg was, een heuse bomenspecialist voor bomen die veel zorg nodig hebben.

Deze chirurg zaagde en snoeide ook maar die behandeling gaf natuurlijk  geen resultaat. Ik had daarnaast nog iets extra’s onder mijn leden, Perenvuur misschien? Het leek erop.

 

Het jaar erop bleek het inderdaad mijn laatste jaar, mijn takken stierven af, Ik kon geen blaadjes en bloesem meer aanmaken en ik gaf de Geest. Een vriend van Stadsjongen kwam helpen met een kettingzaag en Ik eindigde in gezaagde moten in de openhaardhoutstelling. Mijn stobbe werd met bijl, kettingzaag en koevoet verwijderd waarna het leek of Ik   nooit had bestaan en was er een Grote en te Lege Plek in de hoek van die kleine tuin.

 

Hoewel Ik er in de geest er nog altijd was werd het voor de Stadsjongen tijd de lege plek op te vullen. Maar hoe vul je zulke grote schoenen? Met een stekje? Nee toch? Mij indachtig werd nagedacht over een waardige opvolger. Eentje die ook body zou hebben en veel peren zou geven. Met hulp van de vakmannen van het tuincentrum kwam er een slanke  Conference-hoogstam-peer van twee meter die dan wel niet mijn grote lege plek vulde maar wel meteen aansloeg en aan de gang ging. En hoe! Hij produceerde nieuwe takken en blaadjes en zag kans om al in jaar twee, vlak voor de vakantie van de Stadsjongen zes bijna rijpe peren te produceren.

 

Natuurlijk stelde die zijn vakantie niet uit en hadden de kauwen in de tuin een Perenfest. Ik ben er trots op dat de Conference nu zijn uiterste best om net als ik zes meter hoog te worden en om op den duur ook weer een plek te bieden aan het vliegend gespuis.

 

-//-

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.